Door meer in het huidige moment te leven komt men meer in contact het actuele ervarende zelf. Onderzoekers onderscheiden dit deel van het zelf van het meer ´bedachte´zelf. Dit ‘bedachte zelf‘ wordt het narratieve zelf genoemd. Een narratief is een verhaal. Verhalen worden gecreëerd. Het narratieve zelf is dus de zelfbeschrijving die je in de loop van je leven over jezelf hebt gemaakt. Dat gebeurt op basis van ervaringen met anderen, maar vooral ook door datgene wat je brein daar zelf over ´levend’ houdt. Iemand met lage zelfwaarde bijvoorbeeld heeft waarschijnlijk binnen zijn narratieve zelf een uiterst negatieve kijk op zichzelf gecreëerd zoals ‘ik deug niet, ik kan niets, ik ben slecht, niemand mag me’ etc. Het zal duidelijk zijn dat uit deze gedachten (zelfbeschrijvingen) gevoelens van angst, somberheid en apathie zullen voortvloeien.

Verschillend zelf, verschillende hersenregionen

Het actueel ervarende zelf neemt niet herinneringen en gedachten als basis maar de actuele ervaring van het zelf in het huidige moment. Deze ervaring verloopt vooral via de zintuigen. Door te voelen, te horen, te zien, en je te verplaatsen krijg je informatie over het zelf in het huidige moment. De auteurs van dit artikel verwachtten dat bij deze twee typen ´zelf´ verschillende neuronale structuren betrokken zijn. Ze verwachtten dat de mediale prefrontale cortex (mPFC) vooral betrokken is bij het narratieve zelf. Immers de mPFC is sterk betrokken bij reflecteren (nadenken) over het zelf. Daarentegen verwachte ze dat de rechter insula meer betroken is bij het actuele ervarende zelf. Deze regio is sterk betrokken bij het lichamelijke ervaren zelf.

Op twee manieren naar woorden over jezelf kijken

Om dit te onderzoeken boden ze de proefpersonen een lijst met woorden aan die verwezen naar persoonlijkheidrekken. De deelnemers moesten deze woorden op twee manier met zichzelf in verband brengen. (a) door goed over elk woord na te denken in relatie tot zichzelf (dit activeert het narratieve zelf) en (b) door vooral ervarend naar de woorden te kijken: ‘voel en merk wat het woord doet met je, wat je voelt in je lijf, welke gedachten opkomen, etc’. Terwijl ze op deze twee manieren naar deze woorden keken werd er een fMRI van de hersenen gemaakt. Interessant is dat de proefpersonen uit twee groepen bestonden. 20 proefpersonen hadden een 8 weken durende mindfulness cursus achter de rug, en 16 proefpersonen waren ongetraind.

Mindfulness training bevordert het actuele ervarende zelf

Het resultaat gaat in de richting zoals de onderzoekers verwachtten. Tijdens de ervaringesgerichte focus daalt de activiteit in de mPFC ten opzichten van de narratieve gerichte focus. Het denkende zelf neemt dus af. Tegelijkertijd ziet met tijdens de ervaringsgerichte focus een toenamen van activiteit ontstaan in de laterale prefrontale cortex, en de viscerosomatische regionen zoals de insula, de secondaire somatosensorische cortex (S2) en de inferior partietaal lob. Dit zijn allemaal regionen die betrokken zijn bij het lichamelijk ervaren zelf. Deze verschuiving in hersenactiviteit van narratieve netwerken naar actueel ervarende netwerken vond bij alle deelnemers plaats maar duidelijk sterker in de mindfulness groep.

Schakelen tussen ‘denken over’ jezelf en het ‘ervaren van’ jezelf

Deze resultaten betekenen concreet dat mensen die regelmatig mindfulness meditatie beoefenen beter kunnen schakelen tussen het (piekerende) narratieve zelf, richting het actueel ervarende zelf. Gepieker over zichzelf neemt daar door af, terwijl aanvoelen wat in het huidige moment belangrijk voor je is door de mindfulness training juist toeneemt.

Bron: Farb, N. A. S., Segal, Z.V., Mayberg, H., Bean, J., McKeon, D., Fatima, Z., Anderson. (2007). Attending to the present: mindfulness meditation reveals distinct neural modes of self-reference. Scan, 2, 313-322.

Mindfulness Nieuwegein Wetenschappenlijknieuws

© www.ACT-Mindful.nl / P. van Burken Nieuwegein